Introductie over het schrift

In het Japans worden drie schriften door elkaar gebruikt, te weten:
  • 片仮名 katakana,
  • 平仮名 hiragana en
  • 漢字 kanji
Katakana en hiragana worden samen ook wel 仮名 kana genoemd en zijn fonetische schriften. Elk teken staat voor een lettergreep. Kanji zijn Chinese karakters, die ook de basis van het Japanse schrift vormen. Ons Romaanse alfabet, in het Japans ローマ字 rōmaji, en Arabische cijfers zijn ook bekend.

Voor normale Japanse tekst wordt een combinatie van kanji en hiragana gebruikt. Daarbij worden kanji gebruikt voor begrippen (zelfstandige naamwoorden), stammen van werkwoorden, etc. In tegenstelling tot het Chinees kent de Japanse taal werkwoordsvervoegingen en andere verbuigingen, die met hiragana (dus op fonetische wijze) achter de stam in kanji geplakt worden. Kleine grammaticale woordjes genaamd partikels vormen een andere belangrijke groep woorden die in hiragana geschreven worden. Katakana wordt voornamelijk gebruikt voor moderne leenwoorden, zoals uit het Engels.

Een voorbeeldzin ter illustratie:

昨日テストを受けた kinō tesuto o uketa = (ik) had gisteren een toets

昨日 kinō gisteren, in kanji
テスト tesuto test/toets, Engels leenwoord in katakana
o o, partikel in hiragana
受けた uketa onderging/had, stam in kanji, uitgang in hiragana


Laatste update van deze pagina: 01-05-2010